Een aantal dieven dringt het gebouw binnen, weet
aan het oog van de camera's te ontsnappen en gaat
ervandoor met een buit van zes miljoen euro. Het
lijkt wel het scenario van de nieuwste James Bond-film,
maar het gebeurt echt, in het populair-wetenschappelijk
museum het Museon in Den Haag. Daar vindt sinds
oktober een diamanttentoonstelling plaats. Vijftig
kostbaarheden, waaronder enkele juwelen uit de collectie
van ons koningshuis, zijn in de nacht van 1 op 2
december ontvreemd.
De meest waardevolle -gestolen- juwelen zijn afkomstig
van een museum uit Lissabon. Ze behoren tot het
Portugese nationale erfgoed. Ook zijn verschillende
colliers, tiara's en oorbellen van het Amsterdams
Historisch Museum, Parijse musea en het Haagse gemeentemuseum
gejat. De kans dat de juwelen ooit nog worden teruggevonden,
lijkt erg klein. De gestolen stukken zijn zo exclusief
dat de dieven ze waarschijnlijk nooit op een veiling
zullen aanbieden. Aangenomen wordt dat de dieven
de juwelen zo snel mogelijk uit Nederland hebben
laten verdwijnen.
Een paar dagen later vindt een tweede miljoenen-kunstroof
plaats, dit keer in het Van Gogh-museum in Amsterdam.
Twee onverzekerde Van Gogh-originelen, die in bezit
zijn van het Rijk, verdwijnen. Het gaat om de doeken
'Zeegezicht bij Scheveningen' en 'Het uitgaan van
de Hervormde Kerk te Nuenen', werken die dateren
van eind 19e eeuw. Van de daders ontbreekt elk spoor.
De daders zijn vermoedelijk via het dak binnengekomen:
tegen het gebouw stond een ladder met touwen. Het
is niet de eerste keer dat er schilderijen uit het
museum zijn gestolen. In 1991 werden twintig doeken
geroofd, meteen de grootste kunstroof sinds de Tweede
Wereldoorlog. De schilderijen, met een waarde van
vele miljoenen euro's, zijn enkele uren na de roof
teruggevonden in de auto van één van de bewakers.