Verschillende IKEA-vestigingen in Nederland en het
buitenland worden begin december opgeschrikt door
bommeldingen. Dinsdag 3 december worden explosieven
gevonden in Amsterdam en Sliedrecht. Die worden
nog die avond onschadelijk gemaakt. In Sliedrecht
raken daarbij twee medewerkers van het Explosieven
Opruimingscommando (EOC) gewond.
Een dag later worden verdachte pakketten aangetroffen
in Utrecht en Duiven. Hierop besluit IKEA alle filialen
te sluiten en te laten onderzoeken. Als het EOC
het pakket in Utrecht tot ontploffing brengt, blijkt
dit geen explosieven te bevatten.
Reden voor de grootscheepse actie bij de IKEA-filialen
is onder meer een dreigbrief die de hoofdvestiging
dinsdag al had ontvangen. Daarin wordt gewaarschuwd
dat er in de vestigingen in Amsterdam en Sliedrecht
een bom zou liggen. Over Utrecht en Duiven werd
in de brief niets gezegd.
Al snel wordt duidelijk dat het niet om terreuraanslagen
gaat, maar dat een criminele organisatie achter
de bommen en meldingen zit. Justitie en politie
bevestigen dat IKEA wordt afgeperst. In de dreigbrief
aan IKEA was geld geëist. De brief was in gebrekkig
Duits geschreven en gepost in Nederland.
Een dag later worden de meeste vestigingen van de
meubelgigant weer geopend. Alleen de ballenbakken
blijven dicht. Deze zijn zo grondig doorzocht door
de honden van de EOD dat de ballen eerst moeten
worden schoongemaakt. Die dag komen ook in Engeland
en Hongarije bommeldingen binnen bij IKEA. De gebouwen
in Croydon, bij Londen, en in Boedapest worden ontruimd.
In beide vestigingen wordt niks verdachts aangetroffen.