Water vormt voor haar de zuurstof van het leven.
Geen zee is haar te hoog, geen afstand te ver. Edith
van Dijk (29) voelt zich pas echt op het gemak als
ze in het water ligt. De marathonzwemster uit Wognum
beleefde in 2002 haar finest hour en reeg de Europese-
en wereldtitels aaneen.
"Over het algemeen vind ik het heerlijk
om te trainen"
Haar leven staat volledig in dienst van de sport,
zwemmen vormt al jaren de zin van haar bestaan.
Van Dijk - afgestudeerd econome - heeft er een
complete dagtaak aan. Elke dag weer martelt de
Wognumse lijf en geest. Vier tot zes uur per dag
besteedt ze aan training. Ligt ze in het water,
zwoegt ze in het krachthonk of gunt haar lichaam
simpelweg rust. Want topsport, zo beseft Van Dijk,
vereist nu eenmaal onvoorwaardelijke overgave.
Zo is de wekker elke ochtend onverbiddelijk.
"Om tien over vijf gaat die af", vertelt
Van Dijk. Het vervolg tot zes uur is geprogrammeerd.
Een boterham eten, de haren kammen, de muts op
en dan de auto in, op weg naar het zwembad. "Alles
gaat op de minuut", lacht ze. "Ik kom
altijd precies op tijd in het zwembad aan."
De armen worden los gegooid, de training kan
klokslag zes uur beginnen. Het ritueel herhaalt
zich zes dagen per week, bijna het hele jaar door.
Zwaar, maar Van Dijk is er inmiddels aan gewend.
"Die discipline heb je nu eenmaal nodig",
verzekert Van Dijk. "Natuurlijk zijn er ook
dagen dat ik het niet fijn vind en het liefst
in bed zou willen blijven. Maar over het algemeen
vind ik het heerlijk om te trainen."
Het jaar 2002 was goed voor haar. Op het EK in
Berlijn veroverde Van Dijk afgelopen zomer gouden
medailles op de tien en 25 kilometer. Bij het
WK in het Egyptische Sharm El Sheikh, eind september,
zette ze nog een gouden (25 kilometer) en zilveren
(5 kilometer) medaille op haar toch al rijk gevulde
palmares bij. "Dit was het beste jaar uit
mijn loopbaan", erkent het boegbeeld van
haar sport.
|