De 34-jarige majoor Harm Quax arriveerde begin 2002
als eerste Nederlander na de verdrijving van de
Taliban in Afghanistan. Nog vóór de
diplomatenploeg van Buitenlandse Zaken was hij in
Kabul. Daar voerde hij gedurende vier maanden het
bevel over ruim tweehonderd Nederlandse militairen
die deel uitmaakten van de vredesmissie ISAF. De
opdracht: vrede en veiligheid brengen in een verscheurd
land waar de macht van de nieuwe president Karzai
nauwelijks verder reikt dan het centrum van Kabul.
"We moesten een coup d'etat voorkomen"
"Vlak voor kerst in 2001 hoorde ik dat mijn
eenheid, een compagnie van de Luchtmobiele Brigade,
was uitgekozen om naar Afghanistan af te reizen.
Alles moest razendsnel worden voorbereid: de eenheid
moest worden samengesteld, er moest bepaald worden
wie er wel en niet mee zouden gaan, de mensen
en het materiaal moesten worden uitgezocht. Je
vraagt je op zo'n moment af wat je gaat doen,
wie de baas wordt. En natuurlijk laat je je voorlichten
over het gebied.
Wat we precies gingen doen was onduidelijk. Ja,
we moesten een coup d'etat op de interimregering
van Hamid Karzai voorkomen. Maar wat houdt dat
concreet in? Moesten we personen beveiligen, regeringsgebouwen
of de hele stad? Uiteindelijk is het dat laatste
geworden. Dat was het beeld dat we vooraf hadden
en dat is gelukkig zo uitgekomen.
Begin januari moest ik naar Duitsland en daarna
naar Londen voor overleg met de andere deelnemende
landen. Met de Britten had ik nog niet zoveel
samengewerkt, maar met de Duitsers is al jaren
intensief contact. Nederland deelt samen met de
Duitsers een korps en het was daarom niet toevallig
dat we onder bevel van een Duitse generaal stonden.
De reis naar Afghanistan die daarop volgde had
nogal wat voeten in de aarde. Na het overleg in
Londen ben ik in een burgertoestel doorgereisd
naar Oman, waar ik overstapte in een Hercules
met beveiliging. We reisden ten slotte naar een
oorlogsgebied.
Dat toestel vloog naar Bagram, de belangrijkste
luchtmachtbasis in Afghanistan. Vijftien Engelse
commando's hebben mij en de commandanten van andere
landen opgevangen en overgebracht naar Kabul,
ongeveer vijftig kilometer verderop. Als eerste
Nederlander, nog voor de diplomatenploeg van Buitenlandse
Zaken, arriveerde ik in de stad.
|