"Ook de term doofpot is niet van het NIOD"
Er zijn misverstanden ontstaan over de conclusie
in ons rapport dat er binnen de defensietop sprake
was van onwil om de minister te informeren. Mensen
die onwil hier uitleggen als samenzwering of insubordinatie,
lezen niet goed. Met het woord onwil bedoelen we
niets meer en niets minder dan de definitie die
Van Dale daaraan geeft: het ontbreken van goede
wil. Als we samenzwering en moedwil hadden bedoeld,
hadden we dat ook wel opgeschreven. Ook de term
doofpot is niet van het NIOD. We noemen dat expliciet
een onjuiste term voor wat er gebeurd is.
Datzelfde geldt voor onze bevindingen inzake het
optreden van Dutchbat. In de pers is dat abusievelijk
samengevat onder de kop 'Dutchbat trof geen blaam'.
Tijdsdruk heeft hier natuurlijk een grote rol gespeeld.
Dat dikke rapport moest gecomprimeerd worden en
een paar uur later in de krant. Tijd voor reflectie
is er dan niet. Maar dat Dutchbat geen blaam trof,
staat nergens in het rapport.
We vellen geen moreel oordeel. Toegegeven, Dutchbat
in Srebrenica was geen toonbeeld van heldhaftig
gedrag. Maar de vraag is of je dat mocht verwachten.
In die discussie wil ik me niet mengen. Verklaren
en begrijpen is niet hetzelfde als vergoelijken.
Wel hebben we wat mythes over Dutchbat weerlegd.
Zo is het evident niet waar dat 7500 moslims onder
de ogen van Dutchbat zijn vermoord. Toch is dat
een bekende slogan. Of die verhalen die de ronde
deden over een feestje van hossende en bierdrinkende
Dutchbatters in Zagreb, toen ze Srebrenica net
hadden verlaten. Wij hebben aangetoond dat die
beelden op tv totaal uit hun verband zijn gerukt.
Bij het opstellen van ons rapport hebben we geprobeerd
wetenschappelijke distantie te bewaren zonder
de menselijke emoties die een grote rol speelden,
verloren te laten gaan. Een moeilijk dilemma,
vooral bij contemporaine geschiedschrijving, waar
je met nog levende mensen te maken hebt.
De Vrouwen van Srebrenica waren diep teleurgesteld
over ons rapport. We hebben uitgebreid met hen
gesproken, maar konden niet aan hun verwachtingen
voldoen. Ze wilden antwoorden op de vragen 'waar
is mijn man, waar is mijn zoon'. Die konden we
niet geven."
|