Het is even wennen voor een wetenschapper, maar
professor Hans Blom is met ingang van dit jaar een
bekende Nederlander. Jarenlang werkte hij als directeur
van het Nederlands Instituut voor Oorlogsvraagstukken
(NIOD) in relatieve anonimiteit. Tot april van dit
jaar. Blom presenteerde het NIOD-rapport over de
val van de moslimenclave Srebrenica: in een klap
kreeg hij een naams- en gezichtsbekendheid die uitzonderlijk
is voor een historicus. Zijn vakbroeders konden
dat wel waarderen. Het Historisch Nieuwsblad eerde
hem onlangs met de titel 'Historicus van het Jaar',
mede omdat hij de eerste geschiedkundige is die
een kabinet ten val heeft gebracht.
"Niet ik of het NIOD lieten de regering
vallen"
"Ik weet niet of die titel nou een felicitatie
waard is. Wat de criteria precies waren, is mij
niet bekend, maar het heeft natuurlijk met naamsbekendheid
te maken. Lijkt mij geen verdienste als zodanig.
Dat ik het kabinet ten val heb gebracht is natuurlijk
onjuist. Hier worden boodschapper en boodschap
verward. Niet ik of het NIOD hebben de regering
doen vallen, maar 7500 vermoorde moslims in Srebrenica.
Het is ook jammer dat in de parlementaire enquête
de meeste aandacht weer is uitgegaan naar de nasleep
hier in Nederland en niet naar het drama dat zich
daar in juli 1995 heeft afgespeeld. Maar goed,
het is niet anders.
De verhoren van de commissie-Bakker hebben nauwelijks
iets nieuws naar boven gebracht. Het was een hard
gelag geweest als in de enquête plots gebleken
was dat wij opgelicht zijn of dat we een opgelegde
kans hebben gemist. Of dat getuigen voor de commissie
opeens heel andere dingen waren gaan zeggen dan
tegen ons. In die zin was de enquête een
soort recensie van ons onderzoek.
Wat me verbaasd heeft is dat verklaringen voor
de commissie die aantoonbaar in strijd zijn met
onze bevindingen door de commissieleden onweersproken
zijn gebleven. Zo zeiden alle politici dat ze,
als zij toen geweten hadden wat zij nu weten,
het destijds anders hadden aangepakt. Dat zij
vertrouwden op de luchtsteun, maar dat Nederland
door de grote landen en de VN in de steek is gelaten.
Maar het is juist één van de kernpunten
in ons betoog dat al die vraagstukken in 1992
en 1993 al op tafel lagen. Ze hadden juist wél
kunnen weten dat het luchtwapen een zwak en onzeker
instrument was. Ook is het voorgekomen dat politici
aan het rapport meningen toeschreven die er helemaal
niet in staan, om die meningen vervolgens aan
te vallen.
|